Wat zijn krasjes?

Krasjes plaatsen (ofwel de medische term ‘radiaire keratotomie’) was voordat de ooglaserbehandelingen waren ontwikkeld een populaire manier om van je bril af te raken. De oogarts kon met deze krasjes de bijziendheid verbeteren. Bij die techniek ging de oogarts met een micromesje krasjes plaatsen in het hoornvlies, vanuit de periferie naar het centrum. Die krasjes gaan tot 90% diep in het hoornvlies. Hierdoor verzwakt het hoornvlies wat zodat die centraal platter wordt en de focus van het oog dus verandert.

Op zich waren de resultaten daarvan meestal wel goed, maar het was een zeer onnauwkeurige techniek. De nauwkeurigheid van krasjes op de ogen is ongeveer 20 micron, terwijl de huidige excimerlasers (wanneer je je ogen laat laseren) tot 0.5 micrometer fijn kunnen werken. Een groot nadeel hiervan is ook het nachzicht: vaak komen de krasjes tot vrij centraal in het hoornvlies. Wanneer je pupil ’s nachts groter wordt om meer licht door te laten kunnen die krasjes ook je zicht verstoren: je ziet lichten dan als grote sterren. Dat is de reflectie van de krasjes in het hoornvlies. Een tweede nadeel is de instabiliteit op lange termijn: we zien nu dat het hoornvlies op lange termijn na krasjes nog platter wordt dan net na de behandeling. Een voorbeeld: als iemand met een -3 zich liet behandelen in 1995 met krasjes, was (hopelijk) de sterkte nadien ongeveer 0. Goed zicht voor veraf dus, zonder bril. Maar als het hoornvlies nadien nog platter wordt, wordt de sterkte voor veraf plots positief: dan heb je een bril nodig van +1 of +2 voor veraf.

Wat kan je laten doen om het zicht na krasjes weer beter te maken?

Druppels om je nachtzicht te verbeteren

Veel mensen die vroeger krasjes hebben gehad hebben last van minder goed nachtzicht. Dat komt omdat de pupil ’s nachts groter wordt (om meer licht binnen te laten) en de krasjes plots in het zicht komen. Lichten kan je dan zien als sterren en soms is dit zodanig storend dat je niet meer met de auto kan rijden.  Er zijn druppels die de pupil ’s nachts kleiner maken zodat die sterren (hopelijk) minder gaan storen. Ze zijn niet altijd effectief, maar ze zijn zeker de moeite om uit te testen wanneer je nachtzicht je stoort. De sterkste soort druppels zijn de miotica (zoals pilocarpine, isoptocarpine). Ze geven een fors kleinere pupil maar kunnen als nadeel soms hoofdpijn geven. Een tweede soort druppel is Alphagan. Die druppel wordt eigenlijk voorgeschreven aan glaucoom patiënten maar heeft als extra effect dat de pupil wat kleiner wordt. Beide druppels hebben een voorschrift nodig; ze duren 30 minuten om in te werken dus best een half uur voor het auto rijden indruppelen.

Harde contactlenzen

Harde contactlenzen gaan het probleem beter aanpakken. Bij krasjes is het hoornvlies te plat geworden en vaak ook onregelmatig vervormd. Wanneer hier een harde contactlens geplaatst wordt zal die optisch gaan werken als een nieuw regelmatig optisch oppervlak zodat het zicht weer veel beter wordt. Het probleem met harde contactlenzen is dat die moeilijk zijn om aan te passen na krasjes. Soms is het hoornvlies zodanig vlak en onregelmatig geworden dat ze ofwel heel oncomfortabel zitten ofwel te los zodat ze snel kunnen uitvallen. Je kan dan ook een sclerale lens proberen: dat is een harde contactlens die veel breder is zodat deze beter blijft zitten. Maar ze zijn wel veel omslachtiger om in te steken en kunnen ook oncomfortabel zijn. Lenzen aanpassen lukt dus niet altijd, maar is wel de beste mogelijkheid om het zicht goed te verbeteren. Het loont dus zeker de moeite om bij een slecht zicht na krasjes dit uit te proberen.

Om deze lenzen aan te passen heb je een goede contactlensspecialist nodig die regelmatig zo’n harde en speciale lenzen aanpast. Best informeer je bij je oogarts welke contactlensspecialist in de buurt hiervoor de nodige know-how heeft.

Een ooglaserbehandeling

Wanneer we de ogen laseren kunnen we makkelijk en zeer precies de sterkte van het oog aanpassen. Het probleem bij krasjes is dat het oppervlak onregelmatig is wat veel complexer (en onvoorspelbaarder) is om te corrigeren. We zien ook dat de krasjes zelf vaak fors littekenweefsel kunnen geven na een ooglaserbehandeling, waardoor we dit vaak gaan afraden. De enige mogelijke techniek is een oppervlakte laserbehandeling met LASEK en mitomycine om het littekenweefsel te beperken. Maar ook deze techniek is ten dele onvoorspelbaar.

Een lensimplantatie

Een nieuwe lens plaatsen doen we al regelmatig na krasjes. Meestal omdat er cataract is ontstaan (dan is de ingreep terugbetaald) of omdat de patiënt toch minder afhankelijk wil zijn van een bril (dan is de ingreep niet terugbetaald). Sowieso kunnen we alleen een monofocale lens plaatsen: een lens die gefocust is voor veraf. Dichtbij is dan nog een leesbril nodig. Multifocale lenzen gaan we zeker niet aanraden omdat die de kwaliteit van het zicht nog verder kunnen verminderen.

Bij het meten en berekenen van de sterkte van zo’n inplantlens zijn er nog duidelijke onnauwkeurigheden: de kans is dus nog groot dat je na zo’n operatie nog steeds een lichte bril kan nodig hebben om veraf scherp te zien. Ook gaan de krasjes nog altijd ’s nachts hun effect hebben. Het nachtzicht zal met een gewone cataractoperatie dus meestal niet veel verbeteren

Een lensimplantatie met een extra pinhole lens

Dit is voor ons de beste oplossing wanneer het zicht na het plaatsen van krasjes echt problematisch is. Wanneer het hoornvlies onregelmatig is zal een gewone implantlens wel het zicht wat verbeteren, maar de onregelmatige fouten van het hoornvlies wordt hierbij niet gecorrigeerd. Daarom plaatsen we voor de inplantlens nog een pinhole lens: dit is een lensje met een klein centraal gaatje zodat er een ‘pinhole effect’ ontstaat. Wanneer lichtstralen door een zeer klein gaatje gaan (pinhole) ga je alles hiermee veel scherper zien. Dat effect krijg je dan ook met die lens. Die lens kan bij problemen ook weer verwijderd worden. Ze groeit niet vast zoals een standaard inplantlens.

Er zijn ook mogelijke nadelen verbonden aan zo’n lens:

Het nachtzicht wordt iets donkerder omdat er minder licht binnenkomt. Maar we merken bij studies (en in de praktijk) dat dit nadeel meevalt. Wanneer we zo’n lens plaatsen na krasjes verkiezen patiënten het zicht ’s nachts van het oog waar de pinhole lens is geplaatst boven het oog met alleen de standaard lens

Bij zeldzame aandoeningen aan het perifere netvlies moet de lens weer worden verwijderd. Courante aandoeningen zoals leeftijdsgebonden maculadegeneratie kunnen nog perfect worden behandeld omdat die centraal op het netvlies gebeuren en onze apparatuur kan perfect metingen doen door het pinhole gaatje. Maar een probleem aan het perifere netvlies (een netvliesscheurtje bijvoorbeeld) is veel moeilijker te behandelen omdat we door dit gaatje de zijkanten van het netvlies niet meer goed kunnen zien. Daarom gaan we zo’n lens alleen plaatsen bij iemand die reeds een ‘achterste glasvochtloslating’ heeft ondergaan. Wanneer het glasvocht niet meer vastzit aan het netvlies is de kans op zo’n netvliesscheurtjes zeer klein.

Bij een hoornvlies dat fors onregelmatig is geworden na het plaatsen van krasjes is deze lens (ondanks ook zijn nadelen hierboven) een oplossing die het zicht veel beter kan krijgen.